RE-SEARCH
Huurders

BVO, VVO en GO: wat is bruto vloeroppervlakte en hoe bereken je het (NEN 2580)?

Wat betekent BVO en wat is het verschil met VVO en GO? Uitleg van de meetnormen uit NEN 2580, met een rekenvoorbeeld voor een kantoorpand en tips om huurprijzen per m² eerlijk te vergelijken.

24 september 20267 minColin Westerneng
Deel dit artikel
AI Samenvatting

 

Wie een kantoor of bedrijfsruimte huurt, koopt of laat taxeren, krijgt binnen vijf minuten te maken met afkortingen als BVO, VVO en GO. Ze staan in de brochure, in het huurcontract en in de taxatie, en ze betekenen alle drie iets anders. Wie de begrippen door elkaar haalt, vergelijkt appels met peren en betaalt in het slechtste geval jarenlang huur over meters die hij niet kan gebruiken. Dit artikel legt uit wat de termen betekenen, hoe ze volgens de Nederlandse meetnorm NEN 2580 worden gemeten, en hoe je ze in de praktijk gebruikt, met een rekenvoorbeeld.

Wat is BVO (bruto vloeroppervlakte)?

De bruto vloeroppervlakte (BVO) is de totale vloeroppervlakte van een gebouw of verdieping, gemeten op vloerniveau langs de buitenzijde van de buitenmuren. Alles binnen die omtrek telt mee: de muren zelf, kolommen, trappenhuizen, liftschachten, leidingschachten, gangen, toiletten en installatieruimten. Bij meerdere verdiepingen tel je de BVO per bouwlaag bij elkaar op.

BVO is de maat die de bouwwereld, gemeenten en taxateurs gebruiken: voor bouwkosten per m², voor het omgevingsplan (het maximale te bouwen oppervlak op een kavel), voor de WOZ-waarde en voor de energielabelplicht. De verplichting van minimaal energielabel C voor kantoren geldt bijvoorbeeld vanaf 100 m² gebruiksoppervlakte, niet BVO, wat meteen laat zien hoe belangrijk de juiste term is. Meer over die verplichting lees je in ons artikel over het energielabel voor bedrijfspanden.

Wat is VVO (verhuurbare vloeroppervlakte)?

De verhuurbare vloeroppervlakte (VVO) is de oppervlakte die een huurder daadwerkelijk kan gebruiken en waarover in de regel de huurprijs wordt berekend. NEN 2580 omschrijft het als de oppervlakte gemeten op vloerniveau tussen de scheidingsconstructies die de ruimte omhullen, met een aantal uitzonderingen. Niet tot de VVO behoren onder meer:

  • ruimten met een vrije hoogte van minder dan 1,5 meter;
  • trappenhuizen, liftschachten en andere verticale verkeersruimten groter dan 4 m²;
  • installatieruimten, zoals de ruimte voor de cv-ketel of luchtbehandeling;
  • dragende binnenwanden, kolommen en leidingschachten groter dan 0,5 m²;
  • de buitenmuren zelf.

Wél bij de VVO horen de horizontale verkeersruimten (gangen), niet-dragende scheidingswanden, pantry's en toiletgroepen op de verdieping. Bij ramen geldt de glaslijncorrectie: is de vensterbank lager dan 1,5 meter, dan meet je tot de glaslijn en niet tot de binnenzijde van de muur. Dat scheelt bij een gevel met veel glas al snel enkele procenten.

In een multi-tenantgebouw wordt de VVO van gemeenschappelijke ruimten (entree, receptie, gedeelde gangen) meestal naar rato over de huurders verdeeld. In je huurcontract staat dan een eigen VVO plus een aandeel in de algemene ruimten. Lees dit goed: je betaalt huur over het totaal.

Wat is NVO, GO en tarra?

Naast BVO en VVO kent NEN 2580 nog een paar maten die je tegenkomt:

  • Netto vloeroppervlakte (NVO): de BVO minus de constructie: buitenmuren, dragende binnenwanden, kolommen en schachten. Alles wat overblijft aan "vloer".
  • Tarra-oppervlakte: het verschil tussen BVO en NVO, dus de oppervlakte die de constructie zelf inneemt. Bij kantoren doorgaans 5 tot 10 procent van de BVO, bij oudere gebouwen met dikke muren meer.
  • Gebruiksoppervlakte (GO of GBO): de maat die voor woningen en voor een deel van de bouwregelgeving wordt gebruikt. Gemeten binnen de muren, exclusief ruimten lager dan 1,5 meter, trapgaten, schachten groter dan 0,5 m² en dragende wanden. GO en VVO liggen dicht bij elkaar, maar zijn niet gelijk: de GO telt bijvoorbeeld installatieruimten wél mee.
  • Vormfactor: de verhouding VVO/BVO. Hoe hoger, hoe efficiënter het gebouw. Voor moderne kantoren ligt de vormfactor meestal tussen 0,80 en 0,90; een monumentaal grachtenpand met dikke muren en veel trappen zit daar ruim onder.

Waarom is NEN 2580 bepalend?

NEN 2580 is de Nederlandse norm voor het meten van oppervlakten en inhouden van gebouwen. De norm schrijft precies voor waar je meet, wat je meetelt en wat je weglaat. Zonder gemeenschappelijke norm zou elke verhuurder zijn eigen meters kunnen definiëren. Een NEN 2580-meetrapport wordt daarom gebruikt door makelaars, taxateurs, banken en in de meeste ROZ-huurovereenkomsten. Er zijn twee typen:

  • Meetrapport type A: gemeten op basis van (bouw)tekeningen. Sneller en goedkoper, maar afhankelijk van de juistheid van de tekeningen.
  • Meetrapport type B: ter plaatse ingemeten. Nauwkeuriger en de norm bij verkoop, taxatie en grotere huurtransacties.

Vraag als huurder altijd om het meetrapport, en controleer of de VVO in het huurcontract daarmee overeenkomt. Een verschil van een paar procent lijkt klein, maar over een huurperiode van vijf jaar tikt het aan.

Rekenvoorbeeld: van BVO naar VVO

Stel, je bekijkt een kantoorpand van drie bouwlagen met een buitenmaat van 30 bij 20 meter.

  1. BVO: 30 × 20 = 600 m² per laag, dus 1.800 m² voor het hele gebouw.
  2. Tarra: buitenmuren, kolommen en schachten nemen per laag ongeveer 40 m² in (circa 7 procent). De NVO komt daarmee op 560 m² per laag, 1.680 m² totaal.
  3. Uitsluitingen voor de VVO: per laag een trappenhuis van 20 m², een liftschacht van 6 m² en op de begane grond een installatieruimte van 25 m². Dat is 3 × 26 + 25 = 103 m².
  4. Glaslijncorrectie: de gevel heeft lage vensterbanken; de correctie levert per laag circa 8 m² op, 24 m² in totaal.
  5. VVO: 1.680 − 103 − 24 = ongeveer 1.550 m².

De vormfactor is dan 1.550 / 1.800 = 0,86. Wordt dit pand aangeboden voor "€ 180 per m² per jaar", dan maakt het veel uit of dat over de BVO of over de VVO gaat: 1.800 × 180 = € 324.000 tegenover 1.550 × 180 = € 279.000 per jaar. Bij huur is de VVO de gangbare basis; staat er iets anders in de aanbieding, vraag dan om uitleg. Hoe huurprijzen per m² verder zijn opgebouwd, lees je in wat kost kantoorruimte per m².

BVO berekenen: zo doe je het zelf

Voor een eerste indicatie kun je de BVO zelf schatten:

  1. Meet of lees de buitenmaten van het gebouw af per bouwlaag (lengte × breedte langs de buitenkant van de gevel). Bij een onregelmatige plattegrond deel je het gebouw op in rechthoeken.
  2. Tel de oppervlakten van alle bouwlagen op, inclusief kelders en zolders met een vrije hoogte van minimaal 1,5 meter.
  3. Laat buitenruimten zoals balkons, luifels en laadperrons buiten beschouwing; die worden apart gemeten.

Voor de VVO is een schatting lastiger, omdat je de constructie en de schachten moet kennen. Gebruik daarvoor de vormfactor als vuistregel (0,80 tot 0,90 voor kantoren) of, beter, het meetrapport.

Welke maat gebruik je wanneer?

SituatieGangbare maatWaarom
Huurprijs kantoor- of bedrijfsruimteVVOJe betaalt over wat je kunt gebruiken
Bouwkosten, omgevingsplan, bouwvergunningBVOHet volledige bouwvolume telt
Energielabelplicht kantoren, Bbl-eisenGebruiksoppervlakteWettelijke grens van 100 m² GO
Woningen (verkoop, WOZ)GO/GBOMeetinstructie voor woningen
Taxatie en financieringVVO en BVOBank en taxateur willen beide zien
Kantoorunits en flexkantorenVaak all-in per unit of werkplekPrijs per maand, niet per m²

Veelgemaakte fouten

  • Huurprijzen vergelijken op verschillende meetbases. Pand A adverteert € 175 per m² VVO, pand B € 160 per m² BVO. Reken B om naar VVO en het is opeens duurder.
  • Gemeenschappelijke ruimten vergeten. Een aandeel in entree en gangen kan 5 tot 15 procent van je huurbasis zijn.
  • De GO en de VVO gelijkstellen. Ze liggen dicht bij elkaar, maar de wettelijke grenzen voor bijvoorbeeld het energielabel gaan uit van GO.
  • Bouwtekeningen vertrouwen. Verbouwingen zijn vaak niet ingetekend; een type B-meting laat de werkelijkheid zien.
  • Meters per medewerker op BVO baseren. Vuistregels voor kantoorruimte per persoon gaan meestal uit van VVO of van het aantal werkplekken; zie hoeveel m² kantoorruimte per medewerker je nodig hebt.

Veelgestelde vragen over BVO en VVO

Wat is het verschil tussen BVO en VVO?

BVO is de totale oppervlakte gemeten langs de buitenkant van het gebouw, inclusief muren, schachten en trappenhuizen. VVO is het deel dat je als huurder kunt gebruiken: de BVO minus constructie, verticale verkeersruimten en installatieruimten. Bij kantoren is de VVO meestal 80 tot 90 procent van de BVO.

Wat betekent VVO?

VVO staat voor verhuurbare vloeroppervlakte: de oppervlakte volgens NEN 2580 waarover doorgaans de huurprijs wordt berekend, inclusief gangen en niet-dragende wanden, exclusief trappenhuizen, liften en installatieruimten.

Hoe bereken je BVO?

Meet per bouwlaag de buitenmaten van het gebouw langs de buitenzijde van de gevel en tel alle bouwlagen op. Ruimten lager dan 1,5 meter en buitenruimten zoals balkons tellen niet mee.

Is een NEN 2580-meetrapport verplicht?

Wettelijk niet, maar in de praktijk vragen banken, taxateurs en professionele huurders erom, en de meeste ROZ-huurovereenkomsten verwijzen ernaar. Zonder rapport heb je bij een geschil over de oppervlakte een zwakke positie.

Wat is tarra-oppervlakte?

Het deel van de BVO dat de constructie inneemt: buitenmuren, dragende binnenwanden, kolommen en schachten. Tarra is het verschil tussen BVO en NVO.

Twijfel je over de meters in een aanbieding? Onze adviseurs controleren het meetrapport en de huurbasis voordat je tekent. Bekijk het actuele aanbod kantoorruimte te huur of laat een zoekvraag achter.

Tags

BVOVVONEN 2580vloeroppervlaktehuurprijs
Deel dit artikel

Over de auteur

Colin Westerneng

Colin Westerneng

COMMERCIAL DIRECTOR

Meer over de auteur

Hulp nodig bij het vinden van de juiste ruimte?

Onze experts helpen u graag verder. Neem vrijblijvend contact op.

Neem contact op
RE-SEARCH

Vragen? Bel ons direct

Bel ons