Vastgoedbegrippen
Een heldere, onafhankelijke uitleg van de begrippen die je tegenkomt bij het huren, kopen en beleggen in commercieel vastgoed — kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte.
221 begrippen
A
Toplocaties in winkelgebieden met de hoogste voetgangersstroom en beste zichtbaarheid, waar huurprijzen het meest premium zijn.
Alle eenmalige uitgaven die een koper moet betalen bij de aankoop van een onroerend goed, buiten de koopprijs om.
Financieel specialist die boekhouding, belastingen en jaarrekeningen van ondernemingen beheerd en controleert.
Een leningperiode waarin alleen rente wordt betaald en de hoofdsom pas later wordt terugbetaald.
De jaarlijkse verdeling van de aanschafwaarde van een vast asset over zijn economische levensduur.
Vergoeding die een makelaar ontvangt bij het succesvol afsluiten van een vastgoedtransactie.
Geïntegreerde installatie die ongeautoriseerde toegang, diefstal of gevaar detecteert en signalen uitzend naar bewoners, beheerders of beveiligingsdiensten.
Lening met jaarlijks gelijke aflossings- en rentebedragen, waarbij het renteaandeel in de loop van de tijd afneemt.
Tijdelijk bewoningscontract voor leegstaande vastgoed om inbraak en beschadiging te voorkomen.
Vakspecialist die gebouwen ontwerpt en hun realisatie begeleidt, met kennis van techniek, esthetics en regelgeving.
Kankerverwekkend mineraalvezel gebruikt in isolatie en bouwmaterialen tot jaren 1990, nu verboden en onderwerp van sanering in vastgoed.
B
Een niet-primaire winkellocatie met minder voetgangersstroom en lagere huurprijzen dan A-locaties.
Een bancaire zekerheid waarbij een bank zich aansprakelijk stelt voor de verplichting van een derde, zodat de begunstigde verzekerd is van betaling.
Wettelijke termijn waarbinnen een koper zich kan bedenken en een vastgoedaankoop kan ontbinden zonder boete.
De juridische aanduiding in bestemmingsplannen dat een perceel bestemd is voor bedrijfsmatige activiteiten.
Professioneel tussenpersoon die zakelijk vastgoed (kantoor, bedrijfsruimte, winkels) verkoopt, verhuurt of bemiddelt tussen koper en verkoper.
Onroerend goed dat primair bestemd is voor bedrijfsmatige activiteiten en niet voor wonen of retail.
Vastgoed dat primair bedoeld is voor bedrijfsmatige exploitatie en niet voor permanente bewoning.
Aankoop van een bestaand bedrijf of onderneming door een ander rechtspersoon of ondernemer.
Hypotheekfinancering speciaal voor zakelijk vastgoed zoals kantoren, winkels en fabrieken, met andere voorwaarden dan woningfinanciering.
Gebouw waarin gelijktijdig een commercieel bedrijf en privéwoning onder één dak zijn ondergebracht.
Verzekering die bedrijfsmatige verliezen dekt wanneer vastgoedactiviteiten door onvoorziene omstandigheden stilvallen.
Een kantoor- of bedrijfsruimte waarin meerdere onafhankelijke ondernemingen tegelijk huren, elk met eigen toegang en zelfstandige bedrijfsvoering.
Verzekeringsproducten die zakelijke risico's zoals schade, aansprakelijkheid en bedrijfsonderbreking dekken.
Een aangewezen geografisch gebied waar bedrijven en ondernemers fiscale voordelen en ondersteunende regelingen genieten om economische groei te stimuleren.
Een door de gemeente aangewezen gebied met meerdere percelen voor productie, logistiek, ambacht en lichte industrie.
Een hypotheek op een commercieel vastgoedobject waarvan de eigenaar inkomsten verwacht uit verhuur of waardestijging.
Een onroerend goed gekocht primair voor rendement via huur, niet voor eigen bewoning of bedrijfsvoering.
Juridisch bindend document dat bepaalt welke activiteiten op een perceel zijn toegestaan en onder welke voorwaarden.
Gelegenheid voor potentiële huurders of kopers om een pand ter plaatse te inspecteren voordat zij een besluit nemen.
Een zelfstandige constructie op een perceel die ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en meestal bedrijfs-, opslag- of utiliteitsdoeleinden heeft.
Registratie van bedrijfskredietgebruik en betalingsgedrag bij instellingen, gebruikt bij kredietverlening en leningsevaluatie.
De waarde van een vastgoedbezit zoals opgenomen in de balans van een onderneming, bepaald door aanschafprijs minus accumuleerde afschrijvingen.
Rente die huurder of eigenaar betaalt wanneer een geldlening of huurovereenkomst voortijdig wordt beëindigd.
Makelaar die autonoom bedrijfsvoering voert onder een makelaars- en taxateurskantoor dat is ingeschreven in het Handelsregister.
Een bankgarantie waarbij de kredietverstrekker zich aansprakelijk stelt voor betaling van huur, lening of andere schuld van de huurder of lener.
Gestructureerde controleformulier waarmee alle bouwkundige, technische en wettelijke aspecten van een onroerend goed worden beoordeeld voorafgaand aan aankoop of verhuur.
Onbebouwde grond die rechtens geschikt is gemaakt of aangewezen voor oprichting van gebouwen.
Onafhankelijk onderzoek naar de technische staat en structurele geschiktheid van een gebouw voor bedrijfsdoeleinden.
Onafhankelijk onderzoek naar de structurele integriteit en technische staat van een gebouw voordat koop of verhuur plaatsvindt.
De periode in augustus waarin veel bouwbedrijven gesloten zijn en werkzaamheden stilliggen vanwege vakantie.
Officiële toestemming van de gemeente om een bouwproject uit te voeren volgens vastgestelde regelgeving.
De bedrijfstak of sector waarin een onderneming opereert, bepaald door het soort goederen of diensten dat wordt geleverd.
Een contractuele of wettelijke beperking op welke bedrijfsactiviteiten in een pand mogen plaatsvinden.
Koepelorganisatie die ondernemers in dezelfde sector groepeert om gezamenlijk belangen te behartigen en kennisuitwisseling te faciliteren.
De totale oppervlakte van alle verdiepingen in een pand, inclusief muren, schachten en onverwarmde ruimtes.
Situatie waarin een vastgoedtransactie onderworpen is aan belastingplicht naar omzetbelasting.
Openluchtgebied dat bij een gebouw of perceel hoort, zoals terras, tuin, parkeerplaats of afgesloten binnenhof.
Een planmatig ontwikkelde terrein met meerdere kantoor-, bedrijfs- en dienstverleningsgebouwen, meestal buiten de binnenstad, met gedeelde infrastructuur en diensten.
C
Winkellocatie in de derde categorie, buiten het kernwinkelgebied met lagere klantenstroom en lagere huren dan A en B-locaties.
De vastgestelde normen, standaarden of richtlijnen die in de vastgoedbranche als gezaghebbend en bindend worden beschouwd.
Een gebouw dat alleen uit dragende constructie, gevel en dak bestaat, zonder afwerking, installaties of indeling.
Gezamenlijke hypotheekstelling door meerdere eigenaren op één onroerend goed als zekerheid voor een lening.
Onroerend goed dat primair gericht is op zakelijke activiteiten en winstopbrengsten voor eigenaar of belegger.
Provisie die een makelaar of bemiddelaar ontvangt voor het tot stand brengen van een vastgoedtransactie.
D
Het percentage van de vastgoedwaarde dat een bank maximaal als hypotheek wil verstrekken.
Verkoop van goederen rechtstreeks aan consumenten via fysieke of online kanalen.
Maatstaf die aangeeft hoe druk het is in een winkelgebied of winkelcentrum op een bepaald moment of periode.
Vastgoed ontworpen en beheerd om milieu-, sociale en economische effecten te minimaliseren gedurende de volledige levenscyclus.
E
De theoretische markthuishouding die een eigenaar zou kunnen ontvangen als het pand volledig verhuurd zou zijn tegen actuele marktprijzen.
Het vermogen dat een vastgoedbelegger of ondernemer zelf in een project investeert, zonder externe financiering.
Officieel document dat bewijst dat iemand eigenaar is van een onroerend zaak, ingeschreven in het kadaster.
Verplichte classificatie van het energieverbruik van een gebouw, uitgedrukt in letters van A tot G.
Een erfpachtrecht geeft de pachter eeuwigdurend gebruik van grond tegen betaling van een jaarlijkse canon, terwijl de grondeigenaar eigenaar blijft.
Referentierente voor kortetermijnleningen tussen Europese banken, basis voor veel hypotheken en commerciële kredietfaciliteiten.
Dwangverkoop van vastgoed door de gerechtsdeurwaarder vanwege onbetaalde schulden van de eigenaar.
De marktwaarde van een onroerend goed onder gedwongen verkoop, meestal lager dan de normale marktwaarde.
F
Alle kosten verbonden aan het lenen van geld voor vastgoedaankoop of -ontwikkeling.
Clausule waardoor een koper of huurder zijn aankoop- of huurverplichting kan ontgaan als hij geen financiering rond krijgt.
Kantooroppervlak dat huurders op korte termijn en zonder langetermijnverplichting kunnen gebruiken, vaak volledig gemeubileerd en met gedeelde voorzieningen.
Een bedrijfsmodel waarbij een ondernemer het recht krijgt een gevestigd merk en systeem te exploiteren tegen betaling van fees en naleving van voorwaarden.
G
H
Een bank die zich richt op financiering, waarderingsadviezen en transactieondersteuning voor bedrijven en vastgoedprojecten.
Het gebruik van vreemd vermogen (schuld) om rendement op eigen kapitaal te vergroten.
De geschatte kosten om een beschadigd of verwoest pand volledig te herbouwen op dezelfde locatie.
Een onroerend goed specifiek ingericht voor en bestemd voor horeca-exploitatie (café, restaurant, bar, eetcafé).
Systematische analyse van de ruimtebehoefte, locatievereisten en kostenefficiëntie van een organisatie.
Juridische overeenkomst tussen verhuurder en huurder waarin rechten, plichten en voorwaarden van verhuring vastgelegd zijn.
De huurindex meet de jaarlijkse procentuele stijging van huuropbrengsten in commercieel vastgoed op basis van marktgegevens en contractcondities.
Bruto huurinkomsten uit onroerend goed die voor belastingdoeleinden in Box 3 (vermogensbelasting) worden ingerekend in plaats van Box 1.
Het bedrag dat een huurder periodiek aan de eigenaar betaalt voor het gebruik van een onroerend goed.
De contractueel vastgestelde periode waarvoor een huurovereenkomst voor vastgoed geldt.
De marktconforme periodieke vergoeding die een huurder voor het gebruik van een onroerend goed betaalt.
Financiële instelling die gespecialiseerd is in het verstrekken van hypotheken voor aankoop, renovatie of ontwikkeling van onroerend goed.
Een voorwaardelijk rentetarief en geldleningsvoorstel van een bank voor vastgoedfinanciering.
I
Verzekering die de inventaris en inrichting van een bedrijfsruimte dekt tegen brand, diefstal en andere schadeoorzaken.
Een geplande afspraak tussen koper, verkoper en makelaar voor fysieke bezichtiging en controleverificatie van een commercieel pand vóór transactie.
Grote organisaties zoals pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen die aanzienlijke kapitaalbedragen in vastgoed en andere vermogensklassen beleggen.
Belastingfaciliteit waarmee ondernemers een deel van de investeringskosten in bedrijfsmiddelen direct van de winst mogen aftrekken.
Financieel dienstverlener die zich richt op kapitaalbescaffing, fusies en vastgoedfinancieringsstructuren voor bedrijven en beleggers.
K
Publiek register waarin eigendom, grondgebruik en waarde van onroerend goed in kaart worden gebracht.
Nederlandse overheidsinstantie die bedrijfsregistratie verzorgt en het handelsregister beheert.
De inrichting en uitrusting van een kantoorruimte met meubilair, technologie en afwerkingselementen voor bedrijfsvoering.
Een onroerend goed gebouw of ruimte ingericht voor administratieve, professionele of bedrijfsvoering werkzaamheden.
Werkruimte voor administratieve, creatieve of managementactiviteiten met individuele werkplekken, vergaderzalen en aanvullende faciliteiten.
Een zelfstandige kantoorruimte binnen een gebouw, verhuurd of verkocht als afzonderlijke eenheid.
Een gebouw met meerdere onafhankelijke kantooreenheid voor verschillende huurders of eigenaren.
Vrijstaande of halfvrijstaande woning aangepast voor kantoor- en/of bedrijfsvoering op kleinere schaal.
Een geïntegreerd bouwwerk met meerdere kantoorruimten, vaak onder één beheer en dak.
De markt voor verhuur en verkoop van kantoorruimte, bepaald door vraag, aanbod, huurprijzen en beschikbaarheid.
Een afgebakend stuk grond met een eigen juridische status, eigendom en vaak bouwrechten.
Notarieel onderhandse overeenkomst waarin koper en verkoper de voorwaarden van een vastgoedtransactie vastleggen vóór formele overdracht.
De totale geldwaarde waarvoor een onroerend goed eigendom wordt overgedragen tussen koper en verkoper.
Beslissing tussen eigenaarschap van vastgoed of het betalen van periodieke gebruiksrechten, met financiële en operationele gevolgen voor ondernemers.
Alle uitgaven die een koper van onroerend goed moet betalen naast de koopprijs.
L
Inlaadvoorzieningen aan bedrijfspanden waar vrachtwagens en voertuigen goederen kunnen laden en lossen.
Het meest recente onderzoek naar de technische staat en gebruiksveiligheid van een pand, waarvan de datum belangrijk is voor transacties en verzekeringen.
Een pand of ruimte die niet in gebruik is en geen inkomsten genereert.
Notariële document waarmee eigendom van een onroerend goed formeel wordt overgedragen van verkoper naar koper.
Een lening met gelijkmatige aflossing van het kapitaal en dalende rente over de looptijd.
De geschatte opbrengst van een onroerend goed bij snelle verkoop onder druk of in crisissituaties.
Het selecteren van een geschikte plek voor vastgoed op basis van markt, bereikbaarheid en bedrijfsdoelstellingen.
Geautomatiseerd systeem dat de kwaliteit, temperatuur en luchtvochtigheid in een gebouw regelt en onderhoudt.
Een kleine horeca-eenheid in kantoor- of winkelgebouwen waar werknemers en bezoekers lichte maaltijden en dranken nuttigen.
M
Professioneel bemiddelaar die koop-, verkoop- of huurafspraken in onroerend goed tot stand brengt tegen een commissievergoeding.
Systematische verzameling en analyse van gegevens over vraag, aanbod, concurrentie en trends in een vastgoedmarkt.
Classificatie van bedrijven op basis van milieurisico en regelgeving voor vestiging in en buiten woongebieden.
Verzekering die bedrijven beschermt tegen financiële verliezen door vervuiling of milieuschade aan onroerend goed.
Midden- en kleinbedrijf: bedrijven met minder dan 250 werknemers en maximaal 50 miljoen euro jaaromzet.
Een erkend pand of gebouw met architectonische, historische of culturele waarde dat wettelijk beschermd is tegen sloping en ingrijpende veranderingen.
Geluiddichte werkruimte voor opnames, producties en oefensessies van muziek of audio.
N
De vastgestelde basisrente zonder correctie voor inflatie of andere factoren.
Onafhankelijk juridisch ambtenaar die vastgoedtransacties authenticeert en registreert.
Vergoeding die een notaris in rekening brengt voor het opmaken en waarmerken van een vastgoedakte.
Netto verhuurbare meter: de werkelijke oppervlakte van een ruimte die beschikbaar is voor huurder-activiteiten, exclusief gemeenschappelijke delen.
O
Een onroerend goed (pand, ruimte of perceel grond) dat als afzonderlijke eenheid wordt verhandeld, verhuurd of waarvan de waarde wordt bepaald.
Proces waarin partijen onderling afspraken maken over prijs, voorwaarden en andere zakelijke punten van een vastgoedtransactie of huurovereenkomst.
Gestructureerd schema dat vastlegt welke onderhoudstaken aan een pand op welke momenten moeten worden uitgevoerd.
Het verhuren van geheel of gedeeltelijk verhuurde ruimte door de huurder aan een derde partij, terwijl de oorspronkelijke huurovereenkomst met de verhuurder blijft bestaan.
Centraal aanspreekpunt waar ondernemers informatie en begeleiding krijgen over vestiging, vergunningen en regelgeving.
Een schriftelijk plan waarin een ondernemer zijn bedrijfsidee, marktpositie, financiële prognoses en operationele strategie uiteenzet.
Formele samenwerking van zelfstandigen en bedrijfsvoerders die gezamenlijk hun bedrijfsbelangen behartigen en lobbyen.
Gestructureerd document waarin een ondernemer zijn bedrijfsdoelstellingen, strategie, financiële prognoses en operationele aanpak voor een bepaalde periode uitwerkt.
Wettelijke verplichting voor koper of huurder om een pand vóór aankoop of huurkoop grondig te controleren op gebreken en onvolledigheden.
Fysieke grond en gebouwen die blijvend aan een locatie gebonden zijn en economische waarde hebben.
Jaarlijkse gemeente-heffing op eigendom van grond en gebouwen, gebaseerd op de vastgestelde waarde van het onroerend goed.
Contractuele voorwaarden waarvan vervulling leidt tot beëindiging of nietigverklaring van de overeenkomst.
Opbod is een prijsstijging boven de vraagprijs; afslag is een prijsverlaging onder de vraagprijs, beide ontstaan door marktdynamica.
Transparante veiling waarbij meerdere geïnteresseerden schriftelijk biedingen kunnen uitbrengen op een onroerend goed volgens vastgestelde regels.
Het moment waarop een vastgoedobject offcieel gereed is en aan de gebruiker of koper wordt overgedragen.
Schriftelijk document dat de staat en volledigheid van een pand bij overdracht vastlegt en ondertekend wordt door verhuurder en huurder.
Ruimte voor opslag van goederen, voorraden of materialen, meestal zonder intensief gebruik of bewerking.
Verzekering die de bouwkundige constructie en vaste inrichtingen van een pand tegen schadebronnen afdekt.
Recht om binnen een bepaalde termijn een vastgoedobject te kopen of huren, zonder verplichting daadwerkelijk over te gaan tot transactie.
Korte-termijnlening waarmee vastgoed-eigenaren de aankoop van een nieuw pand financieren voordat de oude verkoop is afgerond.
Notarieel document dat eigendomsrecht van onroerend goed formeel overdraagt van verkoper naar koper.
Staatsheffing op de koper bij aankoop van onroerend goed, berekend over de koopsom.
Het vervangen van een bestaande hypotheek door een nieuwe lening bij een ander financieringsinstituut, meestal tegen gunstigere voorwaarden.
Het verschil tussen de huidige marktwaarde van een onroerend goed en de oorspronkelijke aankoopprijs of boekwaarde.
P
Het gebruik en genot van onroerend goed tegen betaling van een periodieke vergoeding aan de eigenaar, zonder eigendomsoverdracht.
De dagelijkse technische en administratieve zorg voor een commercieel pand, inclusief onderhoud, bewaking en erfgoedverantwoordelijkheid.
Een kleine keukenruimte in kantoor- of winkelpanden voor koffie, thee en personeelsbenodigdheden.
De totale landoppervlakte van een onroerend goed, zoals ingeschreven in het kadaster.
Kleinschalige bedrijfsruimte voor zelfstandigen of kleine teams in diensten, ambachten of freelance beroepen.
Jaarlijkse huurof verkoopprijs uitgedrukt per vierkante meter vloeroppervlak, standaardmaatstaf voor vastgoedwaardering.
De inrichting en bouw van technische voorzieningen, installaties en afwerkingen voor een nieuw vastgoedproject.
Rechtsvorm voor een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, veel gebruikt in Nederlandse vastgoedprojecten en ontwikkelingen.
R
Reclamedrager die direct op of achter de etalageruit van een winkelpand wordt aangebracht voor zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte.
Contractuele voorkeursrecht waarmee een partij eerst mag kopen voordat de eigenaar aan derden mag verkopen.
Verzekering die rechtsbijstand en juridische kosten dekt wanneer je in geschillen verwikkeld raakt.
De verhouding tussen de winst of opbrengst die een vastgoedbelegging oplevert en het geïnvesteerde kapitaal.
Aanpassing van de rentetarief op een lening of hypotheek op een vastgesteld moment in de looptijd.
Het percentage dat een kredietverstrekker in rekening brengt voor het uitlenen van kapitaal aan een vastgoedkoper of -belegger.
Professionele beheerder die namens de eigenaar inkomsten uit onroerend goed int en uitgaven regelt.
Het nog openstaande bedrag van een lening nadat gedeeltelijk aflossing heeft plaatsgevonden.
Commerciële winkelbedrijvigheid gericht op directe verkoop van goederen aan consumenten via fysieke of digitale verkoopkanalen.
Goederen die verplaatst kunnen worden en geen onderdeel uitmaken van onroerend goed, zoals inventaris, machines en voorraden.
Het afschrijven of kwijtschelden van een schuld, huurachterstand of vordering in de administratie.
S
Jaarlijkse bijdrage van huurders voor gezamenlijke exploitatie- en onderhoudslasten van een pand.
Verkoop- en presentatieruimte waar bedrijven hun producten in werking laten zien en klanten kunnen kijken en voelen.
Wettelijke veiligheidsstandaard voor de installatie en onderhoudsplicht van spraakalarmeringinstallaties in gebouwen.
Document waarin de eigenaar of verhuurder verklaart dat alle sleutels van een pand aan de huurder of koper zijn overgedragen.
Het vermogen van een onderneming om op lange termijn aan al haar financiële verplichtingen te voldoen.
Hypotheekvorming waarbij de lener jaarlijks een vast bedrag spaart, terwijl alleen rente wordt betaald, om de hoofdsom in één keer af te lossen.
Opslagruimte voor goederen, voertuigen of materialen, doorgaans in gespecialiseerde gebouwen met minimale klimaatbeheersing.
T
Onafhankelijk deskundige die de marktwaarde van een onroerend zaak vaststelt voor financiële, juridische of handelsvoering.
Vergoeding aan een deskundige voor waardering van vastgoed op basis van marktwaarde en karakteristieken.
Onafhankelijk geschreven document waarin een erkend taxateur de marktwaarde van een onroerend goed objectief bepaalt.
Fysieke verbinding van een pand met het telefoonnetwerk voor spraak- en datacommunicatie.
Notariële akte waarmee eigendom van onroerend goed juridisch overgaat van verkoper naar koper.
Kosten voor vervoer van goederen, materialen of personen in het kader van bedrijfsactiviteiten.
Een pand wordt volledig afgewerkt en gebruiksklaar opgeleverd, zodat de huurder of koper direct kan starten zonder verdere bouwwerkzaamheden.
U
V
Rentevoet die periodiek wordt aangepast op basis van marktverhoudingen of een vastgestelde referentieindex.
Juridische structuur waarin een ondernemer of belegger vastgoedbezittingen concentreert voor belastingefficiëntie, financiering en beheer.
Het verdelen van één onroerend goed in meerdere zelfstandige eigendomseenheden met afzonderlijke percelen en inschrijvingen.
Informeel netwerkevent waar vastgoedprofessionals elkaar ontmoeten voor zakelijke contacten en branchegesprekken.
Het strategisch uitwisselen van informatie tussen eigenaren, beleggers, makelaars en huurders over vastgoedtransacties, waarderingen en beheer.
Het geheel van vraag, aanbod en transacties van onroerend goed in een bepaald gebied of segment.
Het proces van onderzoek, verwerving, planning en realisatie van een onroerend zaak met toegevoegde waarde.
Een samenstel van meerdere onroerende zaken die als één geheel worden aangeboden of verhandeld.
Verkoopbare oppervlakte van een vastgoedobject, gebruikt voor huurprijs- en waardebepaling.
Periodieke rapportage van beveiligingsmaatregelen en incidenten in een gebouw of bedrijventerrein.
Officiële toestemmingen van overheidsinstanties die nodig zijn voordat bedrijfsruimte mag worden gebouwd, aangepast of in gebruik genomen.
Grond waarin schadelijke stoffen aanwezig zijn die boven de wettelijke normen liggen en risico's voor mens en milieu vormen.
Het geven van roerend goed als zekerheid aan een schuldeiser zonder eigendomsoverdracht.
Een pand met meerdere onafhankelijke huurders in verschillende ruimten op één of meerdere verdiepingen.
Het geheel van factoren dat bepaalt hoe aantrekkelijk een locatie of regio is voor ondernemingen om zich te vestigen.
Een lege ruimte of tussenruimte in een gebouw, meestal tussen verdiepingen of constructieve elementen.
Digitale rondleiding door een pand via 360°-fotografie, video of 3D-modellering, zonder fysieke aanwezigheid.
Het gewicht per vierkante meter dat een vloer structureel mag dragen zonder bezwijken.
De totale bruikbare oppervlakte van alle verdiepingen in een gebouw, gemeten binnenwerkse volgens vaste normen.
De route die bezoekers van een gebouw bij nood snel en veilig kunnen verlaten naar buiten.
Tijdelijke verzekeringsbescherming die onmiddellijk van kracht wordt voordat een vastgoedtransactie formeel gesloten is.
De prijs waarvoor een eigenaar of makelaar een onroerend goed openbaar aanbiedt.
Eigendomsoverdracht van onroerend goed zonder schuld of rechtsbeperkingen.
De beschikbare verticale ruimte tussen vloer en plafond zonder obstakels, bepaalt bruikbaarheid voor magazijnopslag en bedrijfsprocessen.
De realistische marktprijs waartegen een onroerend goed onder normale marktomstandigheden zou kunnen worden verkocht.
W
Bedrag dat een huurder bij aanvang van de huurovereenkomst aan de verhuurder depositeert als financiële zekerheid tegen mogelijke schade of uitstaande huurbetalingen.
Een fysieke locatie waar een werknemer, zelfstandige of team werkzaamheden uitvoert en zich kantoor-, bedrijfs- of overige voorzieningen ter beschikking staan.
Collectieve organisatie van winkeleigenaren in een straat of winkelgebied, gericht op gezamenlijke belangen en aantrekkingskracht.
De permanente, aangepaste indeling en uitrusting van een winkelruimte voor verkoop en klantencirculatie.
De gevel van een winkelpand aan de straatzijde, inclusief etalageruiten, deur en uitstraling naar voetgangers.
Gebouw met gecombineerde woon- en bedrijfsruimte onder één dak, waar eigenaar of huurder privé woont en tegelijk een zaak exploiteert.
Vastgoedpand met woonruimte op een bovenverdieping en commerciële winkelruimte op de begane grond.
Jaarlijkse beslissing van de gemeente over de waarde van onroerend goed voor belastingheffing.
De geschatte marktwaarde van een onroerend goed zoals vastgesteld door de gemeente voor belastingdoeleinden.
Z
Onroerend goed dat primair voor bedrijfsmatige, winstgevende activiteiten wordt gebruikt of verhuurd.
Lening op commercieel vastgoed waarbij het pand zelf als onderpand dient.
Geldlening voor aankoop van woning waarvan de eigenaar zelf het zakelijk eigendom bezit via een bedrijfsstructuur.
Een gedefinieerde zoekstelling met criteria (locatie, oppervlakte, huurprijs) waarnaar een makelaar of belegger systematisch naar passend vastgoed zoekt.