RE-SEARCH

Vastgoedbegrippen

Een heldere, onafhankelijke uitleg van de begrippen die je tegenkomt bij het huren, kopen en beleggen in commercieel vastgoed — kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte.

221 begrippen

A

B

B-locatie

Een niet-primaire winkellocatie met minder voetgangersstroom en lagere huurprijzen dan A-locaties.

Bankgarantie

Een bancaire zekerheid waarbij een bank zich aansprakelijk stelt voor de verplichting van een derde, zodat de begunstigde verzekerd is van betaling.

Bedenktijd

Wettelijke termijn waarbinnen een koper zich kan bedenken en een vastgoedaankoop kan ontbinden zonder boete.

Bedrijfsbestemming

De juridische aanduiding in bestemmingsplannen dat een perceel bestemd is voor bedrijfsmatige activiteiten.

Bedrijfsmakelaar

Professioneel tussenpersoon die zakelijk vastgoed (kantoor, bedrijfsruimte, winkels) verkoopt, verhuurt of bemiddelt tussen koper en verkoper.

Bedrijfsonroerendgoed

Onroerend goed dat primair bestemd is voor bedrijfsmatige activiteiten en niet voor wonen of retail.

Bedrijfsonroerendgoed

Vastgoed dat primair bedoeld is voor bedrijfsmatige exploitatie en niet voor permanente bewoning.

Bedrijfsovername

Aankoop van een bestaand bedrijf of onderneming door een ander rechtspersoon of ondernemer.

Bedrijfspand hypotheek

Hypotheekfinancering speciaal voor zakelijk vastgoed zoals kantoren, winkels en fabrieken, met andere voorwaarden dan woningfinanciering.

Bedrijfspand met woning

Gebouw waarin gelijktijdig een commercieel bedrijf en privéwoning onder één dak zijn ondergebracht.

Bedrijfsschadeverzekering

Verzekering die bedrijfsmatige verliezen dekt wanneer vastgoedactiviteiten door onvoorziene omstandigheden stilvallen.

Bedrijfsverzamelgebouw

Een kantoor- of bedrijfsruimte waarin meerdere onafhankelijke ondernemingen tegelijk huren, elk met eigen toegang en zelfstandige bedrijfsvoering.

Bedrijfsverzekeringen

Verzekeringsproducten die zakelijke risico's zoals schade, aansprakelijkheid en bedrijfsonderbreking dekken.

Bedrijven Investeringszone

Een aangewezen geografisch gebied waar bedrijven en ondernemers fiscale voordelen en ondersteunende regelingen genieten om economische groei te stimuleren.

Bedrijventerrein

Een door de gemeente aangewezen gebied met meerdere percelen voor productie, logistiek, ambacht en lichte industrie.

Beleggingshypotheek

Een hypotheek op een commercieel vastgoedobject waarvan de eigenaar inkomsten verwacht uit verhuur of waardestijging.

Beleggingspand

Een onroerend goed gekocht primair voor rendement via huur, niet voor eigen bewoning of bedrijfsvoering.

Bestemmingsplan

Juridisch bindend document dat bepaalt welke activiteiten op een perceel zijn toegestaan en onder welke voorwaarden.

Bezichtiging

Gelegenheid voor potentiële huurders of kopers om een pand ter plaatse te inspecteren voordat zij een besluit nemen.

Bijgebouw

Een zelfstandige constructie op een perceel die ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en meestal bedrijfs-, opslag- of utiliteitsdoeleinden heeft.

BKR

Registratie van bedrijfskredietgebruik en betalingsgedrag bij instellingen, gebruikt bij kredietverlening en leningsevaluatie.

Boekwaarde

De waarde van een vastgoedbezit zoals opgenomen in de balans van een onderneming, bepaald door aanschafprijs minus accumuleerde afschrijvingen.

Boeterente

Rente die huurder of eigenaar betaalt wanneer een geldlening of huurovereenkomst voortijdig wordt beëindigd.

BOG Makelaar

Makelaar die autonoom bedrijfsvoering voert onder een makelaars- en taxateurskantoor dat is ingeschreven in het Handelsregister.

Borgstelling

Een bankgarantie waarbij de kredietverstrekker zich aansprakelijk stelt voor betaling van huur, lening of andere schuld van de huurder of lener.

Bouwchecklist

Gestructureerde controleformulier waarmee alle bouwkundige, technische en wettelijke aspecten van een onroerend goed worden beoordeeld voorafgaand aan aankoop of verhuur.

Bouwgrond

Onbebouwde grond die rechtens geschikt is gemaakt of aangewezen voor oprichting van gebouwen.

Bouwkundig rapport

Onafhankelijk onderzoek naar de technische staat en structurele geschiktheid van een gebouw voor bedrijfsdoeleinden.

Bouwtechnische keuring

Onafhankelijk onderzoek naar de structurele integriteit en technische staat van een gebouw voordat koop of verhuur plaatsvindt.

Bouwvak

De periode in augustus waarin veel bouwbedrijven gesloten zijn en werkzaamheden stilliggen vanwege vakantie.

Bouwvergunning

Officiële toestemming van de gemeente om een bouwproject uit te voeren volgens vastgestelde regelgeving.

Branche

De bedrijfstak of sector waarin een onderneming opereert, bepaald door het soort goederen of diensten dat wordt geleverd.

Branchebeperking

Een contractuele of wettelijke beperking op welke bedrijfsactiviteiten in een pand mogen plaatsvinden.

Brancheorganisatie

Koepelorganisatie die ondernemers in dezelfde sector groepeert om gezamenlijk belangen te behartigen en kennisuitwisseling te faciliteren.

Bruto vloeroppervlakte

De totale oppervlakte van alle verdiepingen in een pand, inclusief muren, schachten en onverwarmde ruimtes.

Btw van toepassing

Situatie waarin een vastgoedtransactie onderworpen is aan belastingplicht naar omzetbelasting.

Buitenruimte

Openluchtgebied dat bij een gebouw of perceel hoort, zoals terras, tuin, parkeerplaats of afgesloten binnenhof.

Business park

Een planmatig ontwikkelde terrein met meerdere kantoor-, bedrijfs- en dienstverleningsgebouwen, meestal buiten de binnenstad, met gedeelde infrastructuur en diensten.

C

D

E

F

G

H

Handelsbank

Een bank die zich richt op financiering, waarderingsadviezen en transactieondersteuning voor bedrijven en vastgoedprojecten.

Hefboomeffect

Het gebruik van vreemd vermogen (schuld) om rendement op eigen kapitaal te vergroten.

Herbouwwaarde

De geschatte kosten om een beschadigd of verwoest pand volledig te herbouwen op dezelfde locatie.

Horecapand

Een onroerend goed specifiek ingericht voor en bestemd voor horeca-exploitatie (café, restaurant, bar, eetcafé).

Huisvestingsonderzoek

Systematische analyse van de ruimtebehoefte, locatievereisten en kostenefficiëntie van een organisatie.

Huurcontract

Juridische overeenkomst tussen verhuurder en huurder waarin rechten, plichten en voorwaarden van verhuring vastgelegd zijn.

Huurindex

De huurindex meet de jaarlijkse procentuele stijging van huuropbrengsten in commercieel vastgoed op basis van marktgegevens en contractcondities.

Huuropbrengsten Box 3

Bruto huurinkomsten uit onroerend goed die voor belastingdoeleinden in Box 3 (vermogensbelasting) worden ingerekend in plaats van Box 1.

Huurprijs

Het bedrag dat een huurder periodiek aan de eigenaar betaalt voor het gebruik van een onroerend goed.

Huurtermijn

De contractueel vastgestelde periode waarvoor een huurovereenkomst voor vastgoed geldt.

Huurwaarde

De marktconforme periodieke vergoeding die een huurder voor het gebruik van een onroerend goed betaalt.

Hypotheekbank

Financiële instelling die gespecialiseerd is in het verstrekken van hypotheken voor aankoop, renovatie of ontwikkeling van onroerend goed.

Hypotheekofferte

Een voorwaardelijk rentetarief en geldleningsvoorstel van een bank voor vastgoedfinanciering.

I

K

Kadaster

Publiek register waarin eigendom, grondgebruik en waarde van onroerend goed in kaart worden gebracht.

Kamer van Koophandel

Nederlandse overheidsinstantie die bedrijfsregistratie verzorgt en het handelsregister beheert.

Kantoorinrichting

De inrichting en uitrusting van een kantoorruimte met meubilair, technologie en afwerkingselementen voor bedrijfsvoering.

Kantoorpand

Een onroerend goed gebouw of ruimte ingericht voor administratieve, professionele of bedrijfsvoering werkzaamheden.

Kantoorruimte

Werkruimte voor administratieve, creatieve of managementactiviteiten met individuele werkplekken, vergaderzalen en aanvullende faciliteiten.

Kantoorunit

Een zelfstandige kantoorruimte binnen een gebouw, verhuurd of verkocht als afzonderlijke eenheid.

Kantoorverzamelgebouw

Een gebouw met meerdere onafhankelijke kantooreenheid voor verschillende huurders of eigenaren.

Kantoorvilla

Vrijstaande of halfvrijstaande woning aangepast voor kantoor- en/of bedrijfsvoering op kleinere schaal.

Kantorencomplex

Een geïntegreerd bouwwerk met meerdere kantoorruimten, vaak onder één beheer en dak.

Kantorenmarkt

De markt voor verhuur en verkoop van kantoorruimte, bepaald door vraag, aanbod, huurprijzen en beschikbaarheid.

Kavel

Een afgebakend stuk grond met een eigen juridische status, eigendom en vaak bouwrechten.

Koopakte

Notarieel onderhandse overeenkomst waarin koper en verkoper de voorwaarden van een vastgoedtransactie vastleggen vóór formele overdracht.

Koopsom

De totale geldwaarde waarvoor een onroerend goed eigendom wordt overgedragen tussen koper en verkoper.

Kopen of huren

Beslissing tussen eigenaarschap van vastgoed of het betalen van periodieke gebruiksrechten, met financiële en operationele gevolgen voor ondernemers.

Kosten koper

Alle uitgaven die een koper van onroerend goed moet betalen naast de koopprijs.

L

M

N

O

Object

Een onroerend goed (pand, ruimte of perceel grond) dat als afzonderlijke eenheid wordt verhandeld, verhuurd of waarvan de waarde wordt bepaald.

Onderhandeling

Proces waarin partijen onderling afspraken maken over prijs, voorwaarden en andere zakelijke punten van een vastgoedtransactie of huurovereenkomst.

Onderhoudsplan

Gestructureerd schema dat vastlegt welke onderhoudstaken aan een pand op welke momenten moeten worden uitgevoerd.

Onderhuur

Het verhuren van geheel of gedeeltelijk verhuurde ruimte door de huurder aan een derde partij, terwijl de oorspronkelijke huurovereenkomst met de verhuurder blijft bestaan.

Ondernemersloket

Centraal aanspreekpunt waar ondernemers informatie en begeleiding krijgen over vestiging, vergunningen en regelgeving.

Ondernemersplan

Een schriftelijk plan waarin een ondernemer zijn bedrijfsidee, marktpositie, financiële prognoses en operationele strategie uiteenzet.

Ondernemersvereniging

Formele samenwerking van zelfstandigen en bedrijfsvoerders die gezamenlijk hun bedrijfsbelangen behartigen en lobbyen.

Ondernemingsplan

Gestructureerd document waarin een ondernemer zijn bedrijfsdoelstellingen, strategie, financiële prognoses en operationele aanpak voor een bepaalde periode uitwerkt.

Onderzoeksplicht

Wettelijke verplichting voor koper of huurder om een pand vóór aankoop of huurkoop grondig te controleren op gebreken en onvolledig­heden.

Onroerend goed

Fysieke grond en gebouwen die blijvend aan een locatie gebonden zijn en economische waarde hebben.

Onroerendezaakbelasting

Jaarlijkse gemeente-heffing op eigendom van grond en gebouwen, gebaseerd op de vastgestelde waarde van het onroerend goed.

Ontbindende voorwaarden

Contractuele voorwaarden waarvan vervulling leidt tot beëindiging of nietigverklaring van de overeenkomst.

Opbod en afslag

Opbod is een prijsstijging boven de vraagprijs; afslag is een prijsverlaging onder de vraagprijs, beide ontstaan door marktdynamica.

Openbare inschrijving

Transparante veiling waarbij meerdere geïnteresseerden schriftelijk biedingen kunnen uitbrengen op een onroerend goed volgens vastgestelde regels.

Oplevering

Het moment waarop een vastgoedobject offcieel gereed is en aan de gebruiker of koper wordt overgedragen.

Opleveringsrapport

Schriftelijk document dat de staat en volledigheid van een pand bij overdracht vastlegt en ondertekend wordt door verhuurder en huurder.

Opslagruimte

Ruimte voor opslag van goederen, voorraden of materialen, meestal zonder intensief gebruik of bewerking.

Opstalverzekering

Verzekering die de bouwkundige constructie en vaste inrichtingen van een pand tegen schadebronnen afdekt.

Optie

Recht om binnen een bepaalde termijn een vastgoedobject te kopen of huren, zonder verplichting daadwerkelijk over te gaan tot transactie.

Overbruggingskrediet

Korte-termijnlening waarmee vastgoed-eigenaren de aankoop van een nieuw pand financieren voordat de oude verkoop is afgerond.

Overdrachtsakte

Notarieel document dat eigendomsrecht van onroerend goed formeel overdraagt van verkoper naar koper.

Overdrachtsbelasting

Staatsheffing op de koper bij aankoop van onroerend goed, berekend over de koopsom.

Oversluiten

Het vervangen van een bestaande hypotheek door een nieuwe lening bij een ander financieringsinstituut, meestal tegen gunstigere voorwaarden.

Overwaarde

Het verschil tussen de huidige marktwaarde van een onroerend goed en de oorspronkelijke aankoopprijs of boekwaarde.

P

R

S

T

U

V

Variabele rente

Rentevoet die periodiek wordt aangepast op basis van marktverhoudingen of een vastgestelde referentieindex.

Vastgoed holding

Juridische structuur waarin een ondernemer of belegger vastgoedbezittingen concentreert voor belastingefficiëntie, financiering en beheer.

Vastgoed splitsen

Het verdelen van één onroerend goed in meerdere zelfstandige eigendomseenheden met afzonderlijke percelen en inschrijvingen.

Vastgoedborrel

Informeel netwerkevent waar vastgoedprofessionals elkaar ontmoeten voor zakelijke contacten en branchegesprekken.

Vastgoedcommunicatie

Het strategisch uitwisselen van informatie tussen eigenaren, beleggers, makelaars en huurders over vastgoedtransacties, waarderingen en beheer.

Vastgoedmarkt

Het geheel van vraag, aanbod en transacties van onroerend goed in een bepaald gebied of segment.

Vastgoedontwikkeling

Het proces van onderzoek, verwerving, planning en realisatie van een onroerend zaak met toegevoegde waarde.

Vastgoedpartij

Een samenstel van meerdere onroerende zaken die als één geheel worden aangeboden of verhandeld.

VBO

Verkoopbare oppervlakte van een vastgoedobject, gebruikt voor huurprijs- en waardebepaling.

Veiligheidsmonitor

Periodieke rapportage van beveiligingsmaatregelen en incidenten in een gebouw of bedrijventerrein.

Vergunningen

Officiële toestemmingen van overheidsinstanties die nodig zijn voordat bedrijfsruimte mag worden gebouwd, aangepast of in gebruik genomen.

Verontreinigde grond

Grond waarin schadelijke stoffen aanwezig zijn die boven de wettelijke normen liggen en risico's voor mens en milieu vormen.

Verpanding

Het geven van roerend goed als zekerheid aan een schuldeiser zonder eigendomsoverdracht.

Verzamelgebouw

Een pand met meerdere onafhankelijke huurders in verschillende ruimten op één of meerdere verdiepingen.

Vestigingsklimaat

Het geheel van factoren dat bepaalt hoe aantrekkelijk een locatie of regio is voor ondernemingen om zich te vestigen.

Vide

Een lege ruimte of tussenruimte in een gebouw, meestal tussen verdiepingen of constructieve elementen.

Virtuele bezichtiging

Digitale rondleiding door een pand via 360°-fotografie, video of 3D-modellering, zonder fysieke aanwezigheid.

Vloerbelasting

Het gewicht per vierkante meter dat een vloer structureel mag dragen zonder bezwijken.

Vloeroppervlakte

De totale bruikbare oppervlakte van alle verdiepingen in een gebouw, gemeten binnenwerkse volgens vaste normen.

Vluchtroute

De route die bezoekers van een gebouw bij nood snel en veilig kunnen verlaten naar buiten.

Voorlopige dekking

Tijdelijke verzekeringsbescherming die onmiddellijk van kracht wordt voordat een vastgoedtransactie formeel gesloten is.

Vraagprijs

De prijs waarvoor een eigenaar of makelaar een onroerend goed openbaar aanbiedt.

Vrij op naam

Eigendomsoverdracht van onroerend goed zonder schuld of rechtsbeperkingen.

Vrije hoogte

De beschikbare verticale ruimte tussen vloer en plafond zonder obstakels, bepaalt bruikbaarheid voor magazijnopslag en bedrijfsprocessen.

Vrije verkoopwaarde

De realistische marktprijs waartegen een onroerend goed onder normale marktomstandigheden zou kunnen worden verkocht.

W

Z

RE-SEARCH

Vragen? Bel ons direct

Bel ons